Uitgebreide historiek

Terug naar index

Het Bassegembos maakte vroeger deel uit van de middeleeuwse heerlijkheid Bassegem. Onderzoek tot nu toe toont aan dat het sinds de 16de eeuw ononderbroken bos is geweest, en zowat het enige bosje van betekenis was in deze bosarme gemeente. Er is ook geen contra-indicatie dat het vroeger iets anders dan bos zou geweest zijn.

Het bos bestreek 7,15 ha , en één vaststelling is alvast dat het Bassegembos in de voorbije vier eeuwen 20 % afgeslankt is ten voordele van akker- en/of weiland. Wat meer is: uit het landboek van Kaster, anno 1729, blijkt dat de oppervlakte nagenoeg dezelfde is als vandaag de dag.

Op de kaart van Ferraris is het als bos met hoogstammig hout aangeduid en heeft een wat rechthoekiger vorm dan heden ten dage. Aan de westelijke bosrand zijn een drietal huisjes ingetekend. Van bovengenoemde sporen van bewoning is momenteel niets meer te merken. En dat is volgens de oudere buurtbewoners zo “sinds mensenheugenis”.

FERRARIS brengt overigens geen klaarheid over het raadsel van de verhevenheid in het noordoosten van het bos. Speculaties als zou het een molendam betreffen, werden nooit bevestigd; er zijn geen sporen van een molen merkbaar.

Die verhevenheid brengt ons naar het begin van de twintigste eeuw. Juliaan Claerhout, gerespecteerd archeoloog en pastoor van Kaster in de oorlogsjaren 14-18, was ook de terreinverheffing opgevallen. Hij dacht aan prehistorische grafheuvels maar zijn onderzoek leverde evenwel ook niets op.

Nog een andere benadering voor de verhevenheid is van recenter datum en komt van G. Tack, die het over een konijnenheuvel heeft. Geo-morfologisch onderzoek kon dit evenwel niet bevestigen. Dit spoor, en de vondst van veldstenen, verwijst veeleer gewoon naar een erosief landschap.

Zie geografisch onderzoek van Marcel Lootens

Een boek over Claerhout levert ons een ander natuurhistorisch feit op: “Voor Claerhouts ogen vellen de Duitsers in 1915 de prachtige eiken van het Bassegembos”. Dit feit bepaalt het huidige uitzicht van het bos, want de meeste volwassen bomen zijn van na dat jaartal. Een onuitgegeven historische schets van Kaster, waarin ook kort naar het bos wordt verwezen, bevestigt trouwens dat de heraanplant van de eiken gebeurde in de eerste tien jaren na de oorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft er blijkbaar geen massale velling plaatsgevonden De Engelsen zaten wel in het bos verdekt opgesteld met afstandsgeschut. Ze bestookten de Duitsers aan de Schelde. Dat ze van antwoord werden gediend, bleek na de oorlog toen men vaststelde dat veel bomen beschadigd waren door inslag van granaatscherven e.d. Er kon dan ook weinig geld worden gemaakt van de houtopbrengst, beklaagde zich de boswachter in die tijd.

Hiermee is weer eens de economische functie van het bos aangeraakt. Via oudere buurtbewoners hebben we getuigenissen van hakhoutbeheer in deze eeuw. Het hout werd aangeboden en verkocht in “bassen”. Een “basse” is een bepaalde hoeveelheid hout, die nu in onbruik is geraakt.

Het hakhoutbeheer verminderde echter steeds meer en viel uiteindelijk stil.

In 1996 wordt het bos na openbare verkoop de eigendom van De Wielewaal vzw die het als natuurreservaat beheerde en het als inheems loofbos, te typeren als middelhoutbos, wilde bewaren en ontwikkelen. Onderhand is dit bos overgegaan naar Natuurpunt vzw.

Op het bos is tot op vandaag nog jachtrecht van toepassing.

Samengevat:

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat het bos deel uitmaakte van de heerlijkheid Bassegem. Het staat zo goed als historisch vast dat het bos ruim 400 jaar oud is. Volgens G. Tack is het bos ofwel altijd bos geweest, ofwel is het het resultaat van herbebossing tussen 1290 en 1572. Het voldoet ruimschoots aan de definitie van “oud bos” in de terminologie van Hermy, namelijk 250 jaar onafgebroken bos. Er is bovendien geen enkele aanwijzing dat het bos in de voorbije eeuwen een andere bestemming zou gehad hebben of ontbost zou zijn geweest (bijvoorbeeld omgezet in landbouwgrond zoals een deel van het Enamebos).

Tot slot: voor een eenduidige verklaring van de naam Bassegem ontbreekt vooralsnog historisch materiaal.

Factoren die het toegelaten hebben dat het Bassegembos tot een “oud bos” kon evolueren:

  • economisch nut (bron van geriefhout; in de Middeleeuwen hadden de meeste heerlijkheden hun “houtreservaat”);
  • als jachtdomein.

Voor beide boven genoemde factoren is voldoende bosoppervlakte nodig; rekeninghoudend met het feit dat  het bos in bosarm gebied lag, was de conservering van het bos des te noodzakelijker.

  • het eigendomsrecht dat eeuwenlang in bezit van leenheer (Middeleeuwen) of adel was.

Tekst: Erik cooman