Historiek

Vorige pagina

In 1996 wordt het bos na openbare verkoop de eigendom van De Wielewaal vzw die het als natuurreservaat beheerde en het als inheems loofbos, te typeren als middelhoutbos, wilde bewaren en ontwikkelen. Onderhand is dit bos overgegaan naar Natuurpunt vzw.

De naam Bassegem duikt reeds op in de 12de eeuw.
Het bos was een deel van de Middeleeuwse heerlijkheid Basseghem, en al die tijd fungeerde het als houtreservaat (hakhout, geriefhout, …) en jachtdomein. Vele eeuwen was het in adellijk bezit.

Duidelijke bewijzen van “oud bos” zijn:

  • de boswallen, die in de Middeleeuwen als veekering dienden;
  • het massaal voorkomen van wilde hyacint (een soort die er heel lang over doet om er te komen en uit te breiden);
  • enkele heel oude hakhoutstoven aan de bosranden.

Wie meer wil lezen kan terecht op de pagina uitgebreide historiek

Woordenboek:

Boswallen:

Een boswal is een door de mens gemaakte , langgerekte aarden wal met aan beiden zijde een greppel.
Op de boswal is een aaneengesloten beplanting van houtsoorten.
boswallen zijn aangelegd als wild en veekering , perceelsscheiding en als leverancier van geriefhout.
Er wordt ook wel gesproken over een houtwal.

Hakhoutstoof:

De hakhoutstoof is het bovengronds gedeelte waarop nieuwe stokken komen,
die jaar na jaar verder opschieten en aandikken.
Afhankelijk van de plantensoort zijn ze na een aantal jaren kaprijp
(voorbeeld: tamme kastanje na ongeveer 10 jaar).

Gedurende eeuwen respecteerde de mens, die vroeger veel meer van hout afhankelijk was, de hakhoutcyclus. Zo had hij maximale opbrengst en hoefde hij niet meer te werken dan nodig.
Bovendien kwam dit de vitaliteit van de hakhoutstoof ten goede.

Afhankelijk van de soort, de leeftijd en de standplaats bieden hakhoutstoven een enorme structuurvariatie, die ook esthetisch de moeite loont.

Hakhout: (ook slaghout of kaphout genoemd)

Als je een loofboom eenmaal afzaagt, zal hij de volgende lente weer uitlopen en nieuwe telgen vormen. Dit wonderlijke vermogen wordt regeneratie genoemd.

Tekst: Erik cooman